Slim of achterlijk?

Een IQ-test voor de hond
Door Judith Lissenberg



De Amerikaan Stanley Coren heeft in zijn beststeller 'De Intelligentie van Honden' een uitgebreide IQ-test opgenomen. De test is bedoeld om de adaptieve intelligentie te testen, ofwel de leervaardigheid en het probleemoplossend vermogen van honden. Twaalf testonderdelen moeten bepalen of de hond een echte whizzkid is of een enorme sukkel.

Er zijn twee voorwaarden voor deze IQ-test: de hond moet tenminste een jaar oud zijn en tenminste drie maanden met de tester onder één dak wonen. De testonderdelen zijn:

1. Hoe reageert de hond (loopt hij naar de deur) als u op een ongebruikelijk moment uw jas aantrekt en de sleutels en riem pakt? (Test het observationeel leren).

2. Hoe snel krijgt de hond een lekker hapje onder een conservenblikje vandaan? (Test het probleemoplossend vermogen).

3. Hoe lang duurt het eer de hond merkt (meetbaar door snuffelen en onderzoeken) dat u het interieur van de woonkamer veranderd heeft, bijvoorbeeld door enkele meubels te verschuiven? (Test het latent leren).

4. Hoe lang duurt het eer de hond zich uit een groot badlaken dat over zijn kop en schouders is gegooid heeft bevrijd? (Test het probleemoplossend vermogen).

5. Hoe lang duurt het eer de hond kwispelend naar u toe komt nadat u hem heeft aangekeken en hem een brede glimlach hebt laten zien? (Test het sociaal leren).

6. Hoe lang duurt het eer de hond een lekker hapje onder een keukendoek vandaan heeft gepakt? (Test het probleemoplossend vermogen).

7. Hoe lang duurt het eer de hond een lekker hapje heeft gevonden dat de baas in zijn bijzijn in de kamer heeft verstop en waarna hij vervolgens vijfiten seconden mee de kamer is uitgenomen? (Test het korte termijn-geheugen).

8. Hoe lang duurt het eer de hond een lekker hapje heeft gevonden dat de baas in zijn bijzijn in de kamer heeft verstopt en waarna hij vervolgens vijf minuten mee de kamer is uitgenomen? (Test het lange termijn-geheugen).

9. Hoe lang duurt het eer de hond met zijn voorpoten een hapje heeft gepakt, dat net zichtbaar onder een op enkele boeken steunende plank (net te laag om een kop tussen te steken) ligt? (Meet de vaardigheid om te manipuleren).

10. Komt de hond naar u toe als u 'diepvrieskist' zegt op dezelfde manier waarop u doorgaans uw hond roept? (Test van het taalbegrip).

11. Hoe lang duurt het eer de hond het commando 'voor' kan uitvoeren alleen op de stem en zonder hem fysiek te begeleiden? (Test de eigenlijke leervaardigheid).

12. Hoe lang duurt het eer de hond er in slaagt om langs een barricade te komen om een lekker hapje te pakken? (Test het probleemoplossend vermogen).

De hond kan voor de comlete test minimaal 7 punten (steeds het minimum van 0 of 1 punt) en maximaal 60 punten (twaalf keer de volle 5 punten) halen. Een hond die 54 punten of meer haalt is volgens Coren 'geweldig intelligent'. Honden met een score tussen de 42 en 47 scoren ook nog bovenmatig wat betreft slimheid, een puntenaantal tussen de 30 en 41 is gemiddeld. Honden met minder dan 18 punten, ofwel de honden die rustig met een badlaken over hun kop blijven staan en die het geheel ontgaat dat er ergens een lekker hapje ligt, zijn volgens Coren 'duidelijk achterlijk' als het om adaptieve intelligentie gaat.

De rassen die bij deze IQ-test van Coren qua leervaardigheid en probleemoplossend vermogen het hoogst scoren zijn (heel verrassend, op z'n minst verfrissend!) de Dobermann, de Duitse Herder, de Elandhond, de Poedel, de Puli en de Sheltie. Nieuwsgierig geworden en de eigen hond willen testen? De complete IQ-test staat in 'De Intelligentie van Honden' van Stanley Coren (© 1994), ISBN 90-5018-265-8, prijs fl. 39,50.


Caninestein

Voor de liefhebbers is er ook nog 'Caninestein - unleashing the genius in your dog', een luchtig boekje (© 1997, ISBN 0-06-273485-7, prijs $ 8,95) van Betty Fisher en Suzanne Delzio uit Amerika met daarin een vooral humoristische IQ-test. Verder tips voor het samenleven met een hondse Einstein of juist een viervoetige dummie, en veel spelletjes en activiteiten om het IQ van de hond te prikkelen. Want de meeste honden in Amerika laten volgens dit boekje hun hersencellen niet tot hun recht komen, en dat geldt ongetwijfeld ook voor hun Nederlandse collega's.

In 'Caninestein' staan handige tips om honden bezig te houden die veel alleen moeten zijn. Tips voor binnen: stop wat speeltjes, snoepjes en kauwmateriaal in een goed afgesloten papieren zak of kartonnen doos en laat de hond daarmee achter. De hond kan als tijdverdrijf de zak of doos openmaken en vervolgens spelen, eten en kauwen. Of verstop (bijvoorbeeld om de dag) snoepjes in het vertrek waarin de hond achterblijft. Of vul mergpijpen of speeltjes (zoals de Kong) met worst en kaas.

Tips voor buiten: zorg dat de hond hoog kan liggen, bijvoorbeeld op het dak van zijn kennel. Volgens een onderzoek brengen honden die een hoger gelegen plek in hun verblijf tot hun beschikking hebben 54 procent van hun tijd op die plek door. Net als wolven houden ze er vaak van om 'king of the mountain' te spelen. Of plaats hindernissen in het verblijf, zoals een tunnel of hoogtesprongen waar de honden overheen moeten springen als ze langs de afrastering rennen.

tekeningen (bewerkt) © uit 'Caninestein'


© Dit artikel is gepubliceerd in het themanummer over gedragstesten (februari 1999) van LosVast, het contactblad van de Nederlandse Vereniging van Instructeurs in Hondenopvoeding en -opleiding (O&O)